In Boukoumbé, een gemeente in het noorden van Benin, komt een coöperatie van ongeveer twintig vrouwen regelmatig samen om kariténoten tot boter te verwerken. Deze activiteit is belangrijk om hun inkomsten naast landbouw en veeteelt te spreiden, maar is uitdagend en vergt veel energie. Daarnaast kost het veel tijd en vereist het grote hoeveelheden hout en water, waardoor de verwerking niet erg winstgevend is. Toch past het van nature bij de landbouw en veeteelt: de vrouwen konden dierlijke uitwerpselen al gebruiken als mest voor de velden… en nu ook als energiebron.
Innovatie als ondersteuning voor onderneemsters op het platteland
Sinds april gebruiken de vrouwen van de karitéverwerkingscoöperatie gas om hun producten te verhitten. Die stap is een belangrijke vooruitgang: de inhuldiging van de allereerste biovergister geïnstalleerd door Dierenartsen Zonder Grenzen in Benin. Dankzij dit systeem kan biogas worden geproduceerd uit organisch materiaal, met name koeienmest. Dat gas kan vervolgens rechtstreeks worden gebruikt voor de verhitting.

© Loïc Delvaulx
Martine Ouyata, hoofd van een coöperatie die karité verwerkt in Boukoumbé en moeder van zes kinderen, getuigt:
“Voor de verwerking van karité is veel hout nodig. Als we de kosten voor hout en water optellen, komt dat duur uit. Vroeger moesten we water kopen, want er was geen pomp. De pomp werd vorig jaar gebouwd. Voor de verwerking van karité is veel water nodig. Per dag gebruiken we drie jerrycans van 25 liter water. Daarnaast vormt hout een probleem bij de verwerking van karité. Dat wordt gekapt om te verbranden, zonder dat er nieuwe bomen worden aangeplant. We kopen ook hout en houtskolen, die alsmaar duurder worden. Verhitten op houtvuur is niet praktisch, omdat we dan helemaal zwart worden van het roet en de rook inademen. Per maand jagen we er vier tot zes zakken hout door. Vroeger droegen we het hout op ons hoofd, nu hebben we een driewieler om het te vervoeren.“
Voor activiteiten zoals de verwerking van karité of soja maakt deze innovatie een wereld van verschil. Biogas vervangt hout of houtskool, waardoor er minder water en brandstoffen nodig zijn en de kooktijd wordt verkort. Vrouwen hebben daardoor meer vrije tijd, meer comfort, minder kans op aandoeningen aan de luchtwegen en een betere hygiëne, omdat ze niet langer onder het roet zitten.
Hoe werkt een biovergister?

© Loïc Delvaulx
Een biovergister werkt volgens een eenvoudig principe: organisch materiaal, in dit geval voornamelijk koeienmest en plantaardig afval, wordt gemengd met water en vervolgens in een ondergrondse structuur gegoten. In Benin bestaat het gekozen model met vaste koepel uit een verticale schoorsteen van ongeveer een meter hoog, waar het materiaal in wordt gegoten.
Binnenin wordt het materiaal tussen twee ruimtes getransporteerd: de eerste opvangkamer waar de fermentatie plaatsvindt, en de tweede waar het digestaat, het verwerkte materiaal, wordt opgeslagen. Als gevolg van de fermentatie ontstaat er op natuurlijke wijze gas, dat door de druk naar boven stijgt. Vervolgens wordt dat gas opgevangen en via een leiding naar het fornuis gebracht, dat uitgerust is met een kraan. Via een andere opening hebben de vrouwen gemakkelijk toegang tot het vloeibare digestaat. Dat verdelen ze onder elkaar om hun velden te bemesten.

© Loïc Delvaulx
Timothée, projectmanager bij onze uitvoeringspartner CERD Benin, legt uit:
“Een ander voordeel van biovergisters is dat deze, na ongeveer twee maanden actief te zijn geweest, vloeibare mest van goede kwaliteit produceren. Die mest is rijk is aan mineralen voor gewassen. Daardoor hoeft er minder kunstmest te worden gebruikt en kan de landbouwproductie worden verhoogd. Op twee maanden tijd kan men zo’n 3 m³ vloeibare mest oogsten, wat overeenkomt met 30 kg kunstmest.
Biovergisters hebben ook veel onderhoud nodig: je moet het opgehoopte zand verwijderen en bij een defect vakmensen inschakelen om die te repareren. Daarom werden tien personen opgeleid om deze constructie te bouwen en te repareren.“
Naar een duurzamer beheer van natuurlijke hulpbronnen
In Benin blijft hout onmisbaar voor veel plattelandsgemeenschappen. Maar de bevolking beseft meer en meer dat ze aan bosbehoud moet doen. Op plaatsen waar geen alternatief bestaat, worden bomen nog steeds gekapt. De druk op de natuurlijke hulpbronnen neemt ook toe door de aanhoudende bevolkingsgroei, die bijdraagt aan een zorgwekkende ontbossing. Het jaarlijkse bosverlies bedraagt ongeveer 2,4%, met een bijzonder hoge intensiteit in het noorden van het land.
Als antwoord op deze problematiek gaat Dierenartsen Zonder Grenzen, met de steun van de Europese Unie, zeventig biovergisters bouwen. Daarvan zijn twintig biovergisters bestemd voor de landbouwcoöperaties. De allereerste biovergister is nu volledig operationeel.
Plattelandsvrouwen: leidsters van milieuherstel

© Loïc Delvaulx
Naast het technologische aspect leren mensen bij elke biovergisterinstallatie ook over het behoud van natuurlijke hulpbronnen. In Boukoumbé werden de vrouwen opgeleid om bomen te planten en te enten, waardoor ze bijdragen aan de lokale herbebossing.
Martine en haar collega’s worden stilaan leidsters van de ecologische verandering. Dankzij de energie die hun dieren produceren, verkleinen ze hun impact op het milieu en worden ze gezonder en onafhankelijker. Deze innovatie bouwt een brug tussen ecologie, economie en emancipatie.

