In Afrika leven miljoenen mensen van hun vee. Maar de dierengezondheidszorg is er vaak ontoereikend. Wanneer mensen hun kudde verliezen door ziekte, droogte of conflict, verliezen ze alles: hun trots, cultuur, spaargeld en voedsel. Door het vee te verzorgen en de productie te verbeteren, strijdt Dierenartsen Zonder Grenzen samen met de lokale bevolking tegen honger en armoede.

Ik doe een gift

31 mei 2017

Burkina Faso: melk voor vluchtelingenkinderen

Door conflicten in hun thuisland vluchtten heel wat Malinese veehouders de voorbije jaren naar kampen in Burkina Faso. Ze moesten de meeste van hun dieren achterlaten. De overblijvende kudde lijdt bij overmaat van ramp onder een gebrek aan water en gras tijdens het droogteseizoen. Als gevolg slagen de vluchtelingen er niet in hun traditionele maaltijden - die voornamelijk bestaan uit melk en gierst - aan te houden. Bij jonge kinderen heeft dit melktekort ernstige gevolgen.

Genoeg gezonde melk

Samen met de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) steunt Dierenartsen Zonder Grenzen de lokale melkboeren en de gevluchte Malinese veehouders in het noorden van Burkina Faso. Zo kunnen ze melk van goede kwaliteit leveren aan de 'melkkantines' in de vluchtelingenkampen van Goudebo en Mentao.

Om dit te bereiken streven we naar betere praktijken bij alle lokale actoren in de melksector. Bij de lokale en gevluchte veehouders, maar ook bij de melkophalers en de vrouwen die de melk verwerken tot zuivelproducten in de minimelkerijen. Voer voor de koeien, goede dierengezondheidszorg, het uitbouwen van de melkophaling, een betere hygiëne in de minimelkerijen… ze zijn allemaal van cruciaal belang om genoeg productie van goede en gezonde melk te garanderen. De medewerksters van de melkerijen voeren dagelijks controles uit om na te gaan of de melk geschikt is voor consumptie.

Melk voor jong en oud

Dierenartsen Zonder Grenzen steunt naast de productie ook de consumptie van melk, via melkkantines in de vluchtelingenkampen. Drie keer per week krijgen kinderen tussen 6 en 59 maanden oud elk 300 ml lokale melk in deze kantines. De ngo Save the Children geeft de moeders opleidingen rond een evenwichtige en gezonde voeding.

Hiermee pakken we niet alleen de ondervoeding bij vluchtelingenkinderen aan, maar helpen we ook de lokale economie. We ondersteunen namelijk melkerijen in handen van vrouwenorganisaties, die er yoghurt en andere zuivelproducten fabriceren. Vrouwen zijn sneller geneigd hun extra inkomsten te besteden aan voedsel en gezondheidszorg voor hun gezin. Een hoger inkomen heeft dus een positief effect op de gezondheid en voeding van hun kinderen.

"De lokale melk smaakt beter dan poedermelk"

Aseïtou, vluchtelingenmoeder in het kamp van Goudebo getuigt: "Sinds ik in het vluchtelingenkamp woon, kijk ik het meest uit naar de maandagen, woensdagen en vrijdagen. Dat zijn de dagen waarop mijn zoon Ag en ik door het kamp wandelen naar de melkkantine. De melk die de kinderen daar krijgen is uiteraard niet genoeg als dagelijkse voeding, maar het is een goede aanvulling. De kinderen zijn er dol op! Soms is Ag iets te gulzig en wordt hij boos als hij zijn beurt moet afwachten voor een beker melk. De lokale melk smaakt beter dan poedermelk. Dierenartsen Zonder Grenzen legde me uit dat die melk ook gezonder is, want als kinderen melkpoeder drinken met vervuild water kunnen ze ziek worden. Hier in de melkkantine zijn we zeker dat de melk van goede kwaliteit is."